25/03/08

Minigolfen in kunst

De opening van ‘kunstminigolfbaan’ Utopia, afgelopen weekeinde in Knokke, was door de weersomstandigheden allesbehalve utopisch. Maar daarmee werd meteen de dubbele laag duidelijk die curator Jan De Nys met Utopia voor ogen stond. ‘Minigolf symboliseert het kleinburgerlijke ideaal. Het gezin speelt samen in een kleurige, overzichtelijke wereld. Ging je vroeger met je ouders naar het strand, dan ging je gegarandeerd ook een balletje slaan. Maar aan de andere kant is minigolf in deze tijd natuurlijk een ongelooflijk truttig cliché. De titel Utopia verwijst naar het volmaakte ideaal, maar tegelijkertijd ook naar het onbereikbare daarvan.’ De Nys werd door Cultuurcentrum Scharpoord uitgenodigd een buitententoonstelling samen te stellen, maar had ‘geen zin in een klassieke beeldentuin’. Dus vroeg hij zeventien kunstenaars uit onder meer België, Nederland en Frankrijk een sculptuur te bedenken die bespeelbaar is als minigolfbaan. Behalve een manier om strandgangers naar hedendaagse kunst te lokken, ziet De Nys het ook als een knipoog naar de jetset van Knokke, die op de uitgestrekte golfbanen zijn handicap komt verbeteren. ‘Scharpoord ligt in het armere deel van Knokke-Heist en ik vond het wel passend om deze buurt zijn eigen golfbaan te geven.’(?!) Later zal de golfbaan doorreizen naar De Machinefabriek in Vlissingen en het Stedelijk Museum in Aalst. De kunstenaars kregen de opdracht een baan te maken die ook daadwerkelijk bespeelbaar is, maar sommige van hen hebben er alles aan gedaan het de golfer zo moeilijk mogelijk te maken. De Bredase kunstenaar Loek Grootjans zette rond een simpele baan tientallen tekstbordjes. Probeer maar eens in een rechte lijn te slaan als je wordt afgeleid met spamteksten als ‘A few inches can make all the difference’ en ‘Man this stuff rocks’. Grootjans: ‘Ons leven is erop gericht zo snel mogelijk je doel te bereiken, of het nu gaat om het halen van een rijbewijs of een diploma. Tegelijkertijd zie je dat we in onze beeldcultuur van allerlei kanten worden bestookt met boodschappen die ons afhouden van dat doel.’ De teksten komen allemaal uit Grootjans’ mailbox; hij bewaart en rubriceert spam die hij krijgt. ‘Een tijdje geleden werd het minder, bleek mijn provider een nieuw spamfilter te hebben. Ik heb gezegd dat ze dat moesten verwijderen, ik wil alles ontvangen. Over tien jaar heb ik een uniek archief.’ De Oostenrijkse kunstenares Sonja Gangl bracht met haar baan een ode aan Marcel Duchamp. Het balletje moet eerst onder zijn omgekeerde fietswiel door, om daarna in het urinoir te landen. Gangl: ‘Duchamp maakte gebruiksvoorwerpen tot kunst. Door zijn readymades te verwerken in deze minigolfbaan, maak ik zijn kunst weer tot een soort gebruiksvoorwerp.’ De enige overdekte baan is van Amsterdammers Jeroen Bisscheroux en Michiel Voet. In een donkere cabine vragen zij aandacht voor de keerzijde van het utopische minigolf. ‘In de jaren twintig en dertig werd in New York geminigolfd op daken van hotels en wolkenkrabbers. Nu is minigolf de knulligste sport die je kunt bedenken, maar toen had het enorme status’, zegt Bisscheroux. ‘Maar dat kon ook misgaan en daaromheen hebben wij een verhaal bedacht.’ Dat verhaal, in de vorm van een nieuwsbericht, licht op in de donkere cabine wanneer de bal in de put valt: ‘Jongen gedood door golfbal’. De vrolijke swingjazz op de achtergrond vormt een schril contrast met het artikel over het onschuldige jongetje dat op straat door een bal vanaf het hoteldak wordt gevloerd. Jan De Nys hoopt dat de argeloze minigolfer door dit soort boodschappen tijdens het spelen ook aan het denken wordt gezet. ‘Ik wil mensen die er normaal niet mee in aanraking komen, betrekken bij hedendaagse kunst. Ze zullen in eerste instantie gewoon een balletje slaan. Maar onder het spelen doemt er dan toch af en toe een vraag op, worden ze even op een ander spoor gezet.’ Dan: ‘Maar dat is misschien mijn Utopia.’