22/01/08

Wateroverlast door ontsluiting Zeebrugge?

Bij de Zwinpolder is men van oordeel dat het overstromingsgevaar voor de polders rond Knokke-Heist zwaar zal moeten doorwegen in de discussie rond het bevaarbaar maken van het Schipdonkkanaal. Als men het middenstuk bij het Leopoldkanaal zou gebruiken dan kan men zonder dure investeringen het water niet meer lozen. Het is dus aangewezen om het Schipdonkkanaal te verbreden maar het middenstuk intact te laten. Het duurt echter nog geruime tijd voor er definitief uitsluitsel is over de toekomst van beide kanalen. Het milieueffectenrapport over de mogelijkheden laat nog enkele maanden op zich wachten. Daarna ligt de beslissing in het kamp van de overheid.

De “Zwinpolder” is een organisatie die in opdracht van de overheid werkt. Ze houdt zich bezig met het waterbeheer van de vele waterlopen die door­heen het polderland rond Knokke-Heist stromen. Volgens Dirk Vancraeynest van de “Zwinpolder” staat bij het ontwateren van die wa­terlopen het Leopoldkanaal centraal. Dergelijke afwatering is broodnodig want polders zijn immers gebieden die op de zee­spiegel liggen. Bij een slechte afwatering staat binnen de kort­ste keren de helft van West-Vlaanderen onder water. Het Leopoldkanaal is daar als enige kanaal geschikt voor. Het heeft reeds deze functie sinds de aan­leg in 1840. Naar aanleiding van de onafhankelijkheid van België besliste Nederland om het water dat uit de polders via Zeeland werd afgewaterd naar de Wes­terschelde, af te sluiten. Om de polders niet onder water te zet­ten werd daarom het Leopoldka­naal gegraven. Het aanpalende Schipdonkkanaal werd later aan­gelegd en dient zoals eerder aan­gehaald om het overtollige water vanuit Gent te lozen. Door de opkomende industrie in Noord-Frankrijk komt het water steeds meer en ook sneller in de Leie terecht. Bij de samenvloeiing met de Schelde is er te veel wa­ter dat dient afgeleid te worden naar de kust. Vandaar dat het waterpeil van het Schipdonk­kanaal een veel hoger niveau heeft dan het Leopoldkanaal. Daarom ook dat het afwateren in het Leopoldkanaal enkel via speciale systemen mogelijk is. Wanneer men echter zou opteren om het middenstuk tussen beide kanalen weg te nemen, creëert men een waterpeil van 3.50 ter­wijl het streefpeil slechts 1.50 is. Zonder het gebruik van zeer dure installaties zou men tijdens de winter niet voldoende kunnen lozen, zodat we te kampen zou­den hebben met overstromingen. Volgens Dirk Vancraeynest is de enige mogelijke oplossing uitsluitend in het Leopoldka­naal te lozen, maar om daar­aan te kunnen voldoen moet het Schipdonkkanaal verbreed wor­den. Daarvoor zouden er dan inderdaad enkele onteigeningen moeten gebeuren. De zone die moet dienen tot de verbreding van het kanaal is reeds jaren ge­reserveerd. Het probleem is de aanpalende woningen die in het gedrang zouden komen bij de aanleg van een nieuwe dijk waar­voor geen plaats werd voorzien. Toch zou het scenario er minder erg uitzien dan wordt gevreesd. “Het kanaal zou ter hoogte van Dudzele kunnen afbuigen en aansluiting geven met het Bou­dewijnkanaal”, aldus Vancraey­nest die er aan toevoegt: “De zone die daarvoor zal verdwij­nen is intussen al eigendom van de haven. De mensen die er nu nog wonen zijn dus al geruime tijd onteigend”. In principe is er rond Damme maar één punt dat leidt tot meningsverschillen, namelijk de Algonquinstraat in Moerkerke, die vlak naast het kanaal loopt. Voor burgemees­ter Bisschops van Damme was dit een gegronde reden om aan de alarmbel te trekken. “Toch is alles te relativeren”, aldus Van­craeynest. “De burgemeester pleit voor het wegnemen van het middenstuk, zodat er geen ontei­geningen dienen te gebeuren. Niets is echter minder waar. Als het zover komt dat het midden­stuk wordt weggenomen en als we de dure pompen kunnen plaat­sen om al het water in het kanaal te lozen, dan zouden er nog meer onteigeningen nodig zijn dan voordien. Om dergelijke pom­pen draaiend te houden zouden er op verschillende plaatsen wa­terbekkens nodig zijn en zouden alle waterlopen moeten verbreed worden. Neen, de oplossing is eigenlijk simpel. Men zou een deel van het middenstuk kunnen wegnemen, zodat men aan de vooropgestelde 50 meter breedte komt. Dat wil dus zeggen dat het stukje langs de Algonquinstraat een soort van muur zou worden langs het kanaal in plaats van een mooi uitgehouwen stuk. Al bij al wordt het probleem dus groter voorgesteld dan dat het in werkelijkheid is. Het enige verschil is dat men overal nieu­we en grote bruggen zal moeten bouwen en dit zal wel een ferme impact hebben op het rustige polderland”. Tot zover de uitleg van Dirk Vancraeynest. Ondanks de speculaties blijft het toch nog een hele tijd wachten op een definitief uitsluitsel over de toekomst van beide kanalen. Het milieueffectenrapport over de mogelijkheden van de kanalen laat nog enkele maanden op zich wachten. Daarna ligt de beslissing in het kamp van de overheid. De pol­ders zullen er nog wel een tijdje rustig bij liggen. De betrokkenen zullen echter nog wat slapeloze nachten voor de boeg hebben.